Veel gestelde vragen

Waarom deze vragenlijst? Is sporten ongezond misschien? 

Integendeel. Sporters zijn gemiddeld gezonder en leven langer dan mensen die te weinig bewegen. Sporten beschermt tegen allerlei ziekten en verbetert de levenskwaliteit van mensen die al hartproblemen, suikerziekte, kanker of een andere ziekte hebben. Zo kan de combinatie van voldoende lichaamsbeweging en gezonde voeding type 2-diabetes voorkomen, onder controle houden en soms zelfs genezen! 

Loop ik meer risico op een hartstilstand als ik sport? 

Als je intensief sport, dan loop je tijdens die sportactiviteit iets meer risico op een hartstilstand doordat je hart zware arbeid moet leveren. Toch blijft dat risico heel klein. Belangrijker is het risico als te weinig sport of beweegt. Als je regelmatig sport, dan verlaag je het risico op hartproblemen aanzienlijk! Wie nooit sport, kan natuurlijk geen hartstilstand krijgen tijdens het sporten, maar loopt in het algemeen een veel hoger risico op hartproblemen dan mensen die wél sporten. Voor de overgrote meerderheid van de mensen wegen de voordelen van sporten op tegen de risico’s.  

In ons land sterven jaarlijks enkele tientallen jonge mensen tijdens of kort na het sporten. Meestal hadden die sporters al een hartkwaal, maar waren ze zich daar niet van bewust. Zo’n verborgen hartprobleem kan in veel gevallen met het sportmedisch onderzoek aan het licht worden gebracht. 

Een hartstilstand kan onverwacht optreden, maar vaak hadden de slachtoffers vooraf al klachten als hartkloppingen, pijn op de borst, onverklaarde duizeligheid of flauwvallen. Pas dus op voor die symptomen! Heb je daar ooit last van gehad, neem dan zeker een medisch onderzoek voor je gaat sporten! 

Is voetballen of wielrennen gevaarlijker voor het hart dan andere sporten? 

Nee, niet meer dan andere intensieve sporten, maar competitievoetbal en -wielrennen zijn nu eenmaal populaire sporten. Bovendien komen ze vaak in de media, ook als het misgaat. Daardoor lijken ze gevaarlijker. 

Vanaf welke leeftijd kan een sportmedisch onderzoek nuttig zijn voor een kind? 

Vanaf zes jaar kan een onderzoek nuttig zijn. Dat komt goed uit, want zes jaar is ook de leeftijd waarop veel kinderen beginnen te sporten. Vóór die leeftijd is sportmedisch advies alleen nodig voor kinderen die al een ziekte hebben, zoals een hart- of longprobleem of een aangeboren aandoening. Een hartonderzoek met een hartfilmpje (ecg of elektrocardiogram) is meestal pas nuttig vanaf 14 jaar, en daarna om de vier jaar, tenzij er redenen zijn om dat vaker of op jongere leeftijd te doen. De sporter of de ouders vullen het best de vragenlijst in op www.sportkeuring.be om na te gaan of een onderzoek nodig of nuttig is. 

Wat wordt er onderzocht tijdens het sportmedisch onderzoek? 

Het onderzoek gaat over het hele lichaam: het hart, de longen, de spieren en gewrichten, de stand van de ledematen, de zintuigen, het zenuwstelsel, lengte en gewicht enz. Er hoort ook een gesprek over persoonlijke en familiale risicofactoren bij. 

Bij bepaalde leeftijdsgroepen wordt een hartfilmpje gemaakt. De arts gaat ook na of je een verhoogd risico op een of andere blessure hebt, afhankelijk van de sport die je hebt gekozen en de intensiteit waarmee je die wil beoefenen. Om de twee jaar wordt ofwel een hartfilmpje of een extra grondig orthopedisch onderzoek uitgevoerd. Bij bepaalde risicofactoren kunnen nog andere onderzoeken plaatsvinden. Ook sommige sportfederaties vragen extra onderzoeken om aandoeningen op te sporen die in hun sport belangrijk zijn. 

Het onderzoek hangt dus af van je leeftijd, geslacht, de gekozen sportactiviteit, de intensiteit daarvan en je persoonlijke situatie. Na het onderzoek krijg je een verslag, sportadvies op maat en eventueel oefeningen mee naar huis. 

Als de dokter iets abnormaals vindt, moet ik dan stoppen met sporten? 

Zelden of nooit. Het onderzoek is niet bedoeld om mensen goed te keuren of af te keuren; het levert vooral een medisch advies op dat jou in staat stelt zo gezond mogelijk te sporten. Als tijdens het onderzoek een probleem wordt vastgesteld dat niet gauw kan worden opgelost, dan kun je in overleg met de arts haast altijd een sportactiviteit vinden die wél geschikt is. 

Je arts kan je ook raad geven om blessures te voorkomen. Soms kan dat met simpele maatregelen, zoals steunzolen dragen. In andere gevallen is meer gespecialiseerd onderzoek of een behandeling nodig voor je kunt sporten. 

Er bestaat een klein risico dat de arts iets opmerkt wat op het eerste gezicht afwijkend lijkt maar na verder onderzoek geen probleem blijkt te zijn. Dat proberen we te vermijden, maar “better safe than sorry”. 

Bij welke artsen kan ik terecht voor dit sportmedisch onderzoek? 

Zo’n 300 artsen in heel Vlaanderen, sportartsen meestal, kunnen het onderzoek van deze website uitvoeren. Na het beantwoorden van de vragen kun je een arts in jouw buurt kiezen. 

De artsen met wie wij samenwerken, beschikken over de software om je antwoorden op de vragen van sportkeuring.be te verwerken. Ze worden door de vereniging van Sport- en Keuringsartsen (SKA) begeleid en opgeleid om jou het best mogelijke onderzoek te kunnen geven. 

Sommige sportfederaties werken met een beperkte lijst van (sport)artsen. In dat geval mogen alleen die het onderzoek uitvoeren. Je club of federatie zal je de lijst ter beschikking stellen. 

Kan mijn huisarts het onderzoek van deze website doen? 

Sommige huisartsen werken met ons systeem en hebben er een opleiding voor gevolgd. Als dat voor jouw huisarts geldt, dan staat die in onze lijst. Staat je huisarts niet in de lijst, dan kun je een andere arts in je buurt kiezen die ons onderzoek kan uitvoeren.  

Hoe vaak moet dit onderzoek worden uitgevoerd? 

Sporters voor wie een onderzoek nuttig is, kunnen zich het best om de twee jaar laten onderzoeken. Doe dat vroeger als je een andere sport wil beoefenen, als je veel intensiever wil gaan sporten, maar ook als er iets belangrijs verandert in jouw gezondheidstoestand of die van je ouders, een broer of een zus.  

Sommige sportfederaties, zoals de wielerbond, vragen een jaarlijks onderzoek. Er zijn ook sportfederaties die leden van een bepaald geboortejaar willen laten onderzoeken. Dat heet ‘cohortonderzoek’. De federaties bepalen dan in overleg met ons wie wordt onderzocht en hoe vaak dat moet gebeuren. 

Krijg ik na het onderzoek een attest om deel te nemen aan wedstrijden of sportevenement? 

Ja. Als het onderzoek oké is, dan krijg je een ‘sportpaspoort’ in drie talen waarmee je kunt deelnemen aan sportactiviteiten waarvoor een medisch geschiktheidsattest nodig is. Let op: het attest geldt alleen voor de sport waarvoor je bent goedgekeurd. Verschillende sporten stellen verschillende eisen. Voor de duiksport bijvoorbeeld worden andere aspecten onderzocht dan voor pakweg hardlopen. In Italië en Frankrijk heb je voor veel fiets- of hardloopevenementen een medisch attest nodig. 

Ik doe geen competitie. Moet ik dan ook zo’n onderzoek krijgen? 

Het is de intensiteit die telt. Sommige hobbysporters sporten harder dan competitiesporters. Ook als je alleen voor je plezier of je gezondheid sport, is het dus nuttig om de vragenlijst in te vullen. 

Als de arts niets abnormaals vindt, ben ik dan zeker dat alles in orde is? 

Helemaal zeker ben je dat nooit, maar je hebt dan wel gedaan wat nodig is om risico’s te beperken. Het sportmedisch onderzoek en het gesprek met de arts dat daarbij hoort, houden rekening met jouw gezondheid en met de risico’s van de sport die jij hebt gekozen. 

Kan ik niet beter direct naar een hartspecialist gaan? 

Onze artsen zijn opgeleid om het sportmedisch onderzoek volgens de regels van de kunst uit te voeren. Ze onderzoeken ook niet alleen je hart, maar je hele lichaam. Als de arts een probleem vaststelt dat gespecialiseerd onderzoek vergt, dan word je naar een cardioloog of een andere specialist verwezen. 

Moet ik tijdens het onderzoek een inspanningstest doen? 

Nee, tenzij je sportfederatie dat vraagt. Wil je zelf zo’n inspanningstest – dat kan nuttig zijn om doeltreffender te trainen – dan kun je dat vragen aan je arts en op een later moment een inspanningstest doen, als je daarvoor geschikt bent bevonden tijdens het sportmedisch onderzoek. 

Moet ik me voorbereiden op het onderzoek of sportkleren meenemen? 

Nee, al kan een short handig zijn. 

Hoe lang duurt het onderzoek en hoeveel kost het? 

Het onderzoek duurt 30 tot 40 minuten. De arts bepaalt zelf de prijs, maar doorgaans bedraagt die 60 tot 80 euro. 

Wordt het onderzoek terugbetaald? 

Niet door het Riziv, maar sommige ziekenfondsen bieden wel (gedeeltelijke) terugbetaling aan. Vraag het aan je ziekenfonds. 

Waarom is het onderzoek voor sommige sporten verplicht en voor andere niet? 

De sportbonden of organisatoren van grote sportevents beslissen dat zelf. In andere sporten is een onderzoek niet verplicht, maar wordt het wel aangeraden. Nog andere federaties geven geen advies op dit vlak. Je kunt altijd voor jezelf of je kind beslissen of je een onderzoek wil. De vragenlijst invullen is altijd een goed idee. 

Kan ik tijdens het onderzoek ook andere dingen bespreken? 

Je kunt alles bespreken wat verband houdt met je geschiktheid om te sporten, lichamelijke maar ook psychische kwesties. Als je bijvoorbeeld vragen hebt over stress, competitiedruk of grensoverschrijdend gedrag, dan kun je dat bespreken. Een goed onderzoek kost tijd. Voor vragen die niets met je sport te maken hebben, moet je een aparte afspraak maken. 

Ik heb al een sportblessure. Kan dat tegelijk worden onderzocht? 

Als je op dit moment al een sportletsel hebt of je vermoedt dat, laat dat dan weten wanneer je een afspraak maakt met je arts. Voor sommige letsels is een apart onderzoek nodig dat niet met de sportmedisch check-up kan worden gecombineerd. 

Kan ik de arts vragen om voor mijn kind het briefje van de sportbond in te vullen zonder dat mijn kind erbij is? 

Nee. Zoals een ouder verantwoordelijk is voor het kind, zo staat de arts in voor de kwaliteit van het onderzoek en de documenten die worden afgeleverd. 

Hoe lang is het sportmedisch onderzoek geldig? 

Dat hangt van de sportfederatie af. Van sommige organisaties moet elk attest jaarlijks vernieuwd worden. Voor de meeste sporten is een controle om de twee tot vier jaar voldoende, tenzij je vroeger klachten krijgt die met je sport te maken kunnen hebben. 

Sportonderzoek voor kinderen jonger dan 6 jaar

Gezonde kinderen jonger dan zes jaar die willen sporten en normaal kunnen spelen met andere kinderen, hebben geen sportmedisch onderzoek nodig. 

Heeft het kind astma, een hartprobleem, spier- of gewrichtsklachten of een andere (chronische)  aandoening, vraag je huisarts dan of aanvullend advies van een sportarts of arts-specialist nodig is voor het kind gaat sporten. 

Sportonderzoek voor jongeren

Vanaf 14 jaar kunnen jongeren deze vragenlijst zelf proberen in te vullen, maar waarschijnlijk lukt het beter als een ouder meehelpt. 

Tieners en met name pubers beleven een belangrijke periode, met veel veranderringen, zoals de groeispurt. Meisjes krijgen die gemiddeld wat vroeger, maar worden daarna bijgebeend door de jongens. Het is dan ook oppassen voor sportblessures die met de groei te maken hebben. Bovendien trainen tieners die sporten langer en harder dan jongere kinderen. Door dat alles is het nuttig een medische check-up te overwegen. Deze website kan je daarbij helpen. 

Privacy

De vragenlijst kan steeds volledig anoniem ingevuld worden. U kan indien nodig de resultaten afdrukken en meenemen bij uw sportarts. Wanneer u het antwoord gekoppeld heeft met uw persoonlijke gegevens dan kan u op elk moment vragen om uw gegevens te verwijderen door contact op te nemen met SKA VZW via de contactgegevens weergegeven op https://www.sportartsen.be